Defensie investeert fors in kazernes en kwartieren
De ministerraad heeft het kwartierplan van Defensie goedgekeurd, een langetermijnplan dat de militaire infrastructuur moet voorbereiden op de geplande groei van het leger tegen 2040. Daarbij kiest Defensie voor een combinatie van renovatie, uitbreiding en nieuwe kwartieren, verspreid over het hele land.
“De geopolitieke ontwikkelingen van de laatste jaren tonen aan dat onze veiligheid niet meer vanzelfsprekend is. Om onze vrijheid, onze welvaart, ons welzijn, onze manier van leven te beschermen, moet Defensie de komende jaren groeien, tot 40.000 actieve militairen en 12.500 reservisten in 2040. Dit kwartierplan zorgt dat de infrastructuur van Defensie daar klaar voor zal zijn”, aldus minister van Defensie Theo Francken.
Bestaande domeinen eerst
Om de kost te drukken en sneller te werken, wil Defensie in de eerste plaats bestaande militaire domeinen opnieuw benutten. Alle huidige kwartieren zouden de komende jaren worden gerenoveerd en, waar nodig, uitgebreid binnen hun bestaande grenzen. De meeste eenheden blijven dus op hun huidige locatie.
Tegelijk schuift Defensie ook een geografische spreiding naar voren als expliciete doelstelling. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar het westen van het land, met name West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Henegouwen. Ook hoogtechnologische capaciteiten, zoals cyber en luchtafweer, zouden evenwichtiger over het grondgebied worden verdeeld.
Grote werken op komst
De komende 10 jaar zullen in heel het land omvangrijke infrastructuurwerken opstarten, klinkt het. Naast investeringen in bestaande kazernes voorziet het plan ook in nieuwe sleutelkwartieren, op plaatsen waar dat strategisch nodig is.
Defensie benadrukt dat de uitvoering gefaseerd zal verlopen en binnen de beschikbare budgettaire ruimte moet passen. Grote infrastructuurprojecten vragen tijd, maar volgens de regering ligt de koers nu vast.
Minister Francken vat die aanpak samen: “Dit kwartierplan gaat niet over gebouwen op zich, maar over de veiligheid en het welzijn van onze mensen en de weerbaarheid van ons land. Het is een langetermijnkeuze die ervoor zorgt dat onze militairen hun job goed en veilig kunnen blijven doen, vandaag én in de toekomst.”
Maatschappelijke verankering en defensie-industrie
Het plan houdt bovendien expliciet rekening met maatschappelijke verankering. Sommige sites en percelen zouden worden aangeduid als strategische reserve, of ter beschikking komen voor de defensie-industrie en gedeeld gebruik met andere overheden.
Daarmee wil Defensie zich ook sterker positioneren als economische en maatschappelijke speler.
Munitie en logistiek
Weerbaarheid vormt een kernstuk van het plan. De internationale context dwingt Defensie om robuuster, flexibeler en beter gespreid te werken. Daarom komen er beter beschermde infrastructuren, gespreide munitieopslag en zogeheten enablement-sites, waar bondgenoten snel kunnen worden ontvangen en doorgestuurd in crisistijden.
Arendonk, het voormalige hoofdmunitiedepot, wordt opnieuw ingericht als een gespreid munitiedepot en vormt zo een cruciale schakel voor strategische autonomie en operationele robuustheid. Bovendien zal er worden onderzocht of de kwartieren in Glons en Sugny ook als munitiedepot kunnen worden ingeschakeld.
Berlaar groeit verder als logistiek kwartier. De tijdelijke rol als doorvoerhub verschuift op termijn naar Geel, dat uitgroeit tot een centrale logistieke draaischijf. Ieper en Helchteren worden na afloop van de Fedasil-concessies opnieuw in gebruik genomen en krijgen een duidelijke logistieke invulling. Moorsele krijgt een gelijkaardig profiel, maar kijkt verder: daar ligt de ambitie om tegen 2040 door te groeien naar een volwaardige gevechtseenheid.
Daarnaast voorziet het plan een duidelijke verankering van de Territoriale Reserve, met op termijn twee kwartieren per provincie.
Landmacht
De Landmacht blijft investeren in haar bestaande kernbasissen, zoals Leopoldsburg, Marche-en-Famenne, Elsenborn, Lombardsijde, Brasschaat en Spa. Tegelijk komen er nieuwe locaties bij.
Charleroi wordt daarbij expliciet naar voren geschoven als ‘kwartier van de toekomst’, met een mix van gevechtseenheden, logistiek en cybercapaciteit. In Glons komt er een tweede artilleriebataljon.
Daarnaast blijft Defensie zoeken naar extra ruimte voor nieuwe capaciteiten, zoals een brugslageenheid in Cerfontaine en bijkomende oefenterreinen. De focus ligt daarbij duidelijk op het westen van het land. Kortere afstanden moeten de inzetbaarheid verhogen en de training efficiënter maken.
Een nieuw oefenterrein in Henegouwen, nog te bepalen, moet daarbij een centrale rol spelen voor eenheden uit zowel het noordwesten als het zuidwesten. Ook pistes in Lessive en Namen liggen opnieuw op tafel.
In Diest wordt op termijn het 1ste bataljon Paracommando opnieuw opgericht, wat de snelle inzetcapaciteit van de Landmacht moet versterken.
Marine
De Marine blijft geconcentreerd rond haar bestaande clusters: Zeebrugge, Oostende, Brugge-Sint-Kruis en Koksijde. Die laatste blijft ook de uitvalsbasis voor de zoek- en reddingshelikopters (SAR).
Opvallend is de nieuwe rol voor Fort Sint-Marie in Zwijndrecht. Die site, met toegang tot de Schelde, wordt de thuisbasis van een eenheid marinefuseliers. De focus ligt daar op maritieme beveiliging, vlak bij de haven van Antwerpen.
Luchtmacht
Het netwerk van luchtmachtbasissen blijft behouden en wordt versterkt. Kleine Brogel en Florennes blijven de kern voor gevechtsvliegtuigen. Melsbroek blijft het centrale knooppunt voor luchttransport.
Tegelijk wordt geïnvesteerd in een robuuste luchtverdediging: Ursel wordt ontwikkeld als thuisbasis voor de training en het onderhoud van een luchtverdedigingseenheid. De systemen zelf, zoals de NASAMS, worden flexibel ingezet over het hele land, afhankelijk van de noden.
Een nieuw kwartier in Henegouwen zal het toekomstige langeafstandsluchtafweersysteem huisvesten. De luchtverdedigingsschool komt in Beauvechain.
Ondersteuning en opleiding blijven onder meer in Bertrix en Koksijde. Die laatste krijgt er trouwens ook een landmachteenheid bij.
Medische Dienst en opleiding
De Medische Dienst bouwt verder aan een coherent netwerk van kwartieren met Neder-Over-Heembeek, Peutie, Leopoldsburg, Nijvel en Marche-en-Famenne als vaste pijlers. Het meest in het oog springende project is hier de omvorming van Neder-Over-Heembeek tot een moderne medische hub.
De scholen en diensten blijven geconcentreerd in bestaande kwartieren zoals Eupen, Saffraanberg, Heverlee en Peutie. De Koninklijke Militaire School (KMS) in Brussel blijft het hart van de officiersopleiding.
Het hoofdkwartier in Evere wordt verder uitgebreid om de groei van Defensie op te vangen. In Brussel komt er ook meer ruimte voor samenwerking met industrie en andere overheden.
Tot slot investeert Defensie in Redu in nieuwe capaciteiten rond cyber en ruimtevaart.