Vlaamse kleuters scoren slecht voor taal en rekenen: bijsturing beleid is nodig
De resultaten van het internationale IELS-onderzoek bij vijfjarigen tonen dat Vlaamse kleuters ver onder het gemiddelde scoren voor taal en beginnende wiskunde. Vooral de enorme kloof op basis van thuistaal baart zorgen.“De randvoorwaarden in de kleuterklas staan onder druk door maatschappelijke problemen zoals de massamigratie”, zegt Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers(Vlaams Belang).“Als we de fundamenten van ons kleuteronderwijs en de ouderbetrokkenheid niet versterken, dan dweilen we met de kraan open.”
Uit het onderzoek van de OESO blijkt dat Vlaamse kleuters wel sterk scoren op sociaal-emotionele vaardigheden, maar significant onder het internationale gemiddelde blijven voor taalvaardigheid en vroege wiskunde. “Internationaal doet van de acht deelnemende landen alleen Brazilië het slechter dan Vlaanderen”, legt Beckers uit. “Dat is geen detail. Taal en basisrekenen vormen de fundamenten van alle verdere leerprocessen. Als die basis al zwak is bij de start van het lager onderwijs, dan dreigt die achterstand zich alleen maar verder op te stapelen.”
Alarmerend is volgens het Vlaams Belang ook de enorme sociale kloof. “Die is nergens zo groot als in Vlaanderen. Kinderen die thuis minder of geen Nederlands horen, starten met een aanzienlijke achterstand. Dat is geen nieuw gegeven, maar het wordt hier opnieuw zwart op wit bevestigd.”
De minister wijst in haar reactie onder meer op het belang van ouderbetrokkenheid en initiatieven zoals instapklassen voor peuters en hun ouders. Volgens Beckers is dat onvoldoende. “Het probleem is dat dit soort maatregelen grotendeels gebaseerd is op vrijwilligheid. Net de gezinnen die het meest nood hebben, bereik je daar vaak niet mee.” Daarnaast wijst Beckers op het wegvallen van de schoolbonus als mogelijke hefboom om ouders te responsabiliseren. “De Vlaamse Regering had zelf voorzien om ouders die zich niet engageren, bijvoorbeeld door geen Nederlands te willen leren of structureel afwezig te blijven, financieel te responsabiliseren. Maar door de afschaffing van de schoolbonus is dat instrument weggevallen, zonder dat er een volwaardig alternatief in de plaats is gekomen.”
“Randvoorwaarden in de kleuterklas staan onder druk”
Beckers wijst ook op structurele problemen binnen het kleuteronderwijs zelf. Kleuterleerkrachten staan vaak alleen voor de klas, en de klasgroepen zijn relatief groot. Tegelijk speelt het lerarentekort ook hier volop. In het kleuteronderwijs weegt dat zelfs nog zwaarder door, omdat je jonge kinderen niet zomaar kan opvangen of ‘parkeren’ bij afwezigheden.” Volgens Beckers is het dan ook essentieel om te investeren in betere omkadering. “Als je van leerkrachten verwacht dat ze meer inzetten op taal, differentiatie en kennisopbouw, dan moet je hen daar ook de middelen en de tijd voor geven. Anders blijft het bij goede voornemens.”
Tot slot wijst Beckers op de kwaliteit van de lerarenopleiding en de nood aan verdere professionalisering. “De minister wil de lerarenopleidingen versterken, iets waar het Vlaams Belang ook op gehamerd heeft. Maar tegelijk zien we dat de instroom niet altijd het vereiste niveau heeft. Dan is de vraag of je met enkel een inhoudelijke hervorming voldoende verschil kan maken.”
Daarom pleit het Vlaams Belang voor meer aandacht voor de leerkrachten die vandaag al voor de klas staan. “De huidige generatie kleuters kan niet wachten op toekomstige hervormingen. Er is nood aan brede en kwaliteitsvolle nascholing, niet alleen voor taal, maar ook voor andere domeinen zoals wiskundige initiatie en klasmanagement. Dit onderzoek is een wake-upcall. Als we de fundamenten niet versterken in de kleuterklas, blijven we achter de feiten aanlopen in het lager en secundair onderwijs.”