Vlaanderen onderzoekt locaties voor kleine kernreactoren: “Iemand moet eraan beginnen”
De Vlaamse Regering is gestart met een zoektocht naar geschikte locaties voor de bouw van 4 compacte kernreactoren, ook wel Small Modular Reactors (SMR's) genoemd, om onze energieonafhankelijkheid te vergroten. “We gaan die ooit nodig hebben, en dan moet er ook ooit eens iemand aan beginnen", aldus minister-president Diependaele in De Ochtend.
De Europese Commissie is ambitieus: vanaf 2030 zouden de eerste kleine kernreactoren ingezet moeten worden om de afhankelijkheid van fluctuerende olie- en gasprijzen te verminderen. Vlaanderen wil die boot niet missen en heeft daarom een ‘SMR-alliantie’ opgericht om alle relevante spelers rond de tafel te krijgen.
Een gedeelde bevoegdheid
Hoewel kernenergie vaak als een federale bevoegdheid wordt gezien, benadrukt Diependaele dat Vlaanderen een cruciale rol speelt: "Vlaanderen is (deels) bevoegd voor bijvoorbeeld de locaties, de vergunningen, maar ook de aansluitingen op het net. Daarom willen we nu al de uitdagingen oplijsten en de weg naar die SMR’s voorbereiden, in samenwerking met de federale overheid.”
Focus op industriële clusters
De zoektocht naar locaties richt zich specifiek op plekken waar de energie het hardst nodig is. De nabijheid van de gebruiker is immers een van de grote troeven van deze kleinere centrales. Diependaele licht de criteria toe: "Eerst zoeken we de industriële clusters die deze energie nodig hebben. En dan kijk je al heel gauw naar de haven van Antwerpen of de haven van Gent, waar veel energie-intensieve bedrijven zitten.”
“Daarnaast moet je natuurlijk ook bekijken of je er aansluiting hebt op het energienet. Er moet ook gekeken worden naar de aanwezigheid van koelwater. En natuurlijk moet dat ook nog een keer samengaan met het feit dat we dat niet zomaar naast een KMO-zone of een woonzone zullen bouwen."
Financiële uitdagingen en schaalvergroting
Naast de ruimtelijke ordening blijft de financiering een groot vraagteken. De regering onderzoekt of industriële partners zelf kunnen investeren in hun eigen energieproductie, of dat er eerder gekeken moet worden naar structurele financiering vanuit fondsen.
Omdat de technologie zich momenteel nog in de prototypefase bevindt, is de kostprijs van de eerste exemplaren immers erg hoog. Daarom wil Diependaele bekijken of een eventuele samenwerking met bijvoorbeeld Nederland mogelijk is. "Want hoe meer SMR's je kan bouwen, hoe goedkoper het zal zijn per SMR”, besluit hij.