Zuhal Demir over leerlingen met specifieke behoeften: “Ondersteuning belangrijker dan label”
Vlaams minister van Onderwijs en Justitie Zuhal Demir pleit voor een grondige hervorming van de manier waarop we naar leerlingen met specifieke behoeften kijken. In een gesprek in De Ochtend waarschuwt ze voor de wildgroei aan labels in het onderwijs. “Maar we willen geen herhaling van het M-decreet”, zegt ze duidelijk.
De "perverse" jacht op attesten
Aanleiding voor het gesprek is een recent rapport van onderwijsexperts, in opdracht van de Vlaamse overheid. De conclusie dat we af moeten van de overdaad aan labels, is volgens Demir herkenbaar. “Het systeem is inderdaad wel soms pervers. Scholen, maar ook ouders, moeten allerlei trajecten volgen om verslagen, attesten en labels te krijgen. Het kind moet eigenlijk in een bepaald hokje gestoken worden, vooraleer het ondersteuning krijgt”, aldus de minister.
Demir benadrukt dat de focus moet verschuiven van de diagnose naar de daadwerkelijke hulpvraag: “We moeten kijken naar de onderwijsbehoefte van het kind. Welke ondersteuning heeft het kind nodig, zonder te veel naar die labels te kijken.” Ze waarschuwt bovendien voor de langetermijngevolgen van een stempel: “We moeten opletten om een kind te snel een label te geven. Eens het kind een label heeft, is het heel moeilijk om daaruit te geraken, met onzekerheid en faalangst tot gevolg.”
20 pionierscholen vanaf september
Om de theorie in de praktijk te brengen, start de Vlaamse regering in september met 20 pionierscholen. Hier zal expertise uit het gewoon onderwijs, het buitengewoon onderwijs, leersteuncentra en het CLB worden gebundeld. Voor dit project is 5 miljoen euro vrijgemaakt.
De minister wijst op de opvallende cijfers in vergelijking met de rest van Europa: waar gemiddeld 1,8% van de kinderen naar het buitengewoon onderwijs gaat, is dat in Vlaanderen voor het lager onderwijs bijna 6%.
Demir wil echter niet dat dit een herhaling wordt van het M-decreet: "Het is niet dat je alle kinderen in één klas zet en dat het probleem is opgelost. Dat gaan we niet doen. Wat we wél willen doen, is de versnipperde expertise die bestaat bundelen en delen in deze pionierscholen, om van onderuit – vanuit het schoolteam – aan te geven wat werkt en niet werkt.”
Onverantwoord om het nieuwe strafwetboek nu in te voeren
Demir uitte ook een grote bezorgdheid over haar andere bevoegdheid: Justitie. De geplande invoering van het nieuwe federale strafwetboek op 8 april noemt zij onverantwoord en ronduit gevaarlijk. Volgens Demir is het terrein er absoluut niet klaar voor: “Heel veel wetgeving is nog niet klaar, het informaticasysteem is niet klaar. In het nieuwe strafwetboek wordt ook meer focus gelegd op alternatieve straffen in plaats van gevangenisstraffen, maar we hebben daar geen impactanalyse van.”
De minister vreest dat dit zal leiden tot grote problemen in de rechtszaal. “Ik ben het eens met de magistraten dat dit zal zorgen voor chaos op het terrein en voor criminelen die mogelijk vrij zullen komen door procedurefouten”, waarschuwt ze scherp.
Demir roept federaal minister van Justitie Annelies Verlinden (cd&v) op om haar verantwoordelijkheid te nemen en de invoering uit te stellen naar het najaar. “Het lijkt mij heel logisch om dat bijvoorbeeld in september of oktober te doen, bij de opening van het gerechtelijk jaar.”