Vlaanderen zit op koers met begrotingstraject
De Vlaamse begroting voor 2025 blijkt in de praktijk nauw aan te sluiten bij wat de Vlaamse Regering vooraf had ingeschat. Uit nieuwe uitvoeringscijfers blijkt dat Vlaanderen het vorig jaar zelfs 74,9 miljoen euro beter deed dan geraamd. “De uitvoeringscijfers laten zien dat we ons in Vlaanderen niet rijk rekenen: we begroten correct en zitten op koers”, zegt Vlaams minister van Begroting Ben Weyts. “Het zal nu zaak zijn om door te zetten en de rekeningen verder op orde te zetten.”
Een begroting is altijd een raming, waarbij inschattingen gemaakt worden over de ontvangsten en de uitgaven van de overheid. Het zijn de uitvoeringscijfers van de begroting die achteraf laten zien hoeveel geld er effectief is binnengekomen en weer is uitgegeven.
Iets meer inkomsten dan verwacht
De uitvoeringscijfers voor 2025 blijken nu mooi overeen te stemmen met de vooropgestelde begrotingscijfers. Uiteindelijk heeft Vlaanderen het vorig jaar zelfs 74,9 miljoen euro beter gedaan dan geraamd. Er waren meer inkomsten dan ingeschat, onder meer dankzij extra inkomsten uit de universiteiten en hogescholen en de hervorming van de schenkingsrechten, waarbij de verdachte periode verlengd werd van 3 naar 5 jaar.
Vlaamse begroting in evenwicht vanaf 2027
Het uiteindelijke begrotingstekort van 2025 eindigt zo op 3,0539 miljard euro, waar dit in het voorjaar van 2025 nog geraamd werd op 3,1288 miljard euro. Ondertussen is er in het najaar van 2025 ook een grote budgettaire inspanning van anderhalf miljard geleverd bij de begrotingsopmaak van 2026. Dit najaar zullen nog grote inspanningen nodig zijn om de begroting in evenwicht te brengen vanaf 2027.
“We zijn er nog niet, maar de cijfers tonen dat we op weg zijn. Vlaanderen heeft als enige regering in dit land de ambitie om de rekeningen op orde te zetten vanaf volgend jaar. Deze uitvoeringscijfers bevestigen dat ons begrotingstraject ernstig is. Het zal nog altijd bloed, zweet en moeilijke beslissingen vergen. We moeten met name verder blijven kijken naar de uitgaven van de overheid. En daarbij zullen we ook ernstig en voorzichtig moeten blijven begroten”, besluit Weyts.